13 augustus: interview op Meander

 

                                          foto Yengivision


13 augustus 2026

Vandaag een lang interview op Meander door Monique Wilmer-Leegwater. Zonder betaalmuur:

https://meandermagazine.nl/2026/08/interview-jolanda-kooijmans/

 

Fragment 

Zijn er dingen die je alleen in poëzie kunt onderzoeken en niet in beeldende kunst, of juist andersom?
Ik ben niet zo’n onderzoeker hoor. Bij het gedicht Addertje heb ik ergens genoteerd: ‘Addertje is in de wereld. Ik loop maar gewoon met haar mee’. Ik volg de impulsen die de tekst geven. Eerst was er dus lange tijd een toestand van chaos, in mijn hoofd, in mijn hart en in mijn poëzie. Tot vanzelf de noodzaak kwam om de boel wat te organiseren, een moment dat ik eindeloos uitstelde. Maar toen ik er eenmaal aan begon, het opruimen en ordenen, inrichten, was het juist een fijn proces. Betekenissen en intenties van het werk kwamen aan de oppervlakte. Toen brak er weer een periode van chaos uit, maar al meer ‘to the point’. Die dynamiek – verwarring, organisatie, verwarring, organisatie – herhaalde zich tot de chaos was gaan liggen.

Een groot deel van de reacties op Addertje gaat over de verbeeldingskracht van de bundel. Waar komen die wonderlijke figuren vandaan? Ontstaan ze bewust, of dienen ze zich eerder onverwacht aan tijdens het schrijven?
Ze dienen zich aan. Ze ontstaan denk ik uit allerlei observaties die zich ergens in mijn geheugen ophouden, observaties van mensen (dieren, landschappen…), ook uit films en series, literatuur, mythologie, poëzie, kunstwerken. Sommige observaties zijn al heel oud. De figuren dienen zich aan als naam: Addertje, Bubblebeez, Constant de Klos. Vanuit hun naam ontstaat een karakter. Namen zijn zo’n krachtige woorden, altijd fascinerend vind ik hoe iemand heet, waar de naam vandaan komt, doopnamen, bijnamen, koosnamen, er zit zo veel informatie aan vast. De namen in mijn werk zijn vaak cartoonesk, theatraal, het zijn uitvergrotingen.