RECENSIE De reactor / Lisa Wijker

 

 

  

17 mei 2026

Vandaag een stuk van Lisa Wijker op De Reactor, met oog voor de chaos waaruit Addertje voortkwam en bestaat.

(...) Wat in het oog springt, zijn de verrassende identiteitsvormen van de personages in Addertje.  Het personage Moedermeer uit de afdeling ‘Addertje’ is hiervan het meest beeldende voorbeeld. Zij is namelijk niet makkelijk in te delen in een helder afgebakende categorie. Als Addertje in de verte uitkijkt over het ijs waaruit Moedermeer op dat moment bestaat, zijn ‘twee eilandjes […] boven het ijs / als twee borstelige borsten’ te zien. Moedermeer neemt dus de vorm aan van een vrouwelijk lichaam én van een landschap. Ook Addertje zelf is een niet-eenduidig wezen:

Addertjes naam is: de niet op gerekende

maar ook: de verrassende

maar ook: de zeker wetende

dat alles uiteindeijk zal worden rechtgezet

 

Addertjes naam is de lach in het vuistje 

  

De personages in Addertje zijn nooit slechts wat ze lijken. Ze bieden de lezer zodoende gedachteoefeningen in het doorbreken van identitaire afbakeningen. Kooijmans speelt hierbij opnieuw slim met het diabolische: de niet-indeelbaarheid van personages is op te vatten als chaotisch, of als de duivelse tegenpool van de goddelijke orde. Hier is dit chaotische echter niet iets kwaads, maar wordt het juist een positieve kracht: personages blijken door chaotisch te zijn de macht in handen te hebben om zich niet in hokjes in te laten delen. (...) 

 

Over Zuuz schrijft ze:

Leven in vocht op een vensterbank wekt associaties op met insecten. Dit beeld wordt nog eens versterkt doordat alle eind-s’en vervangen zijn door de letter z, waardoor de gedichten op een cartooneske manier iets zoemends krijgen. Halverwege de afdeling blijkt het lyrisch ik echter het ingrediënt dat ome Drie nog miste om dood te kunnen gaan: 

    en opeenz zie ik het in, ja nu paz!

    het wachten is op mij!

    ik zigzag al rond de zeshoek

    rustig in het rond

    alsof ik preciez weet hoe het moet

    en poef

    het pitje van ome Drie springt in de kaneel

    […]

    ome Drie neemt zijn gebloemde kussen mee

    naar zijn laatste rustplaatz

Waar het personage eerst een dierlijke associatie opwekte, lijkt het in deze regels eerder een abstract fenomeen als ‘de dood’ te zijn, of de veroorzaker daarvan. Opnieuw bevindt identiteit zich in een tussenpositie, maar dit keer doordat de interpretatie van het personage veranderlijk is.


Op de website van De Reactor is het hele stuk van Lisa Wijker te lezen: https://www.dereactor.org/teksten/addertje-jolanda-kooijmans-recensie