ADDERTJE en het beschouwend essay van Steffie van Neste


 

22 mei 2026

Mijn hart is nog vol van het winnen van de Amarte Literatuurprijs vorige week! Naast het geldbedrag van €15.000 en de unieke trofee van Mickey Yang (zie vorige post) omvat de prijs een prachtige literaire beschouwing over Addertje, geschreven door Steffie van Neste. Ze wijst op de urgente zaken die in de bundel aan de orde zijn: 

De norse en pietluttige Constant wijst als eerste met het vingertje richting het woord stiltecoupé, maar heeft ondanks herhaalde waarschuwingen geen oog voor het echte grote gevaar dat zich pal voor hem bevindt: Satan, alias de klimaatcrisis.

Wanneer het kwetsbare Addertje een onderkomen vindt in de warme en beschutte vagina van een heks die haar voor haar genot vetmest tot een grote en dikke aubergine, dan denk ik: ik snap hier wat bedoeld wordt, ja. En als daar nog eens bij vermeld wordt dat Addertje “daar eigenlijk nog te klein voor is”; dan denk ik: deze gedichten zijn veel te serieus om slechts “verhalala” te zijn. Hier spreekt een dichter die zich hyperbewust is van de macht van het woord.


Aan Steffies grondige inzichten en interessante verwijzingen heb ik hoofd en handen vol: “Betekeniz deelt en vermenigvuldigt zich” – ik zie Jacques Derrida jaknikken. De literatuurwetenschapper weze gewaarschuwd: “mensen zien betekeniz waar je het nooit zou verwachten” – ik zie Karel van het Reve jaknikken.

Volop ja knik ik bij dit fragment: 

Het structurerende element in dit geheel is transformatie: alles beweegt. Addertje lijkt bij momenten de dichterlijke equivalent van Honderd jaar eenzaamheid (1967) van Gabriel García Márquez te zijn: gedaantes en landschappen (vaak grensgebieden) vloeien in elkaar over, en fictie en werkelijkheid, transparantie en ondoorzichtigheid, leven en dood vormen een continuüm. 

Om mijn werk als equivalent van dat van Gabriël Márquez te zien, daarvoor is het misschien nog net iets te vroeg (veel is er nog níet), maar toch!

Waar misschien wat al te veel betekenis woekert is in de bewering dat het meisje Zuuz is verkracht door oudoom Drie. De man is honderd jaar oud en ligt op zijn sterfbed, hij kan niet eens een beschuitje vastpakken. Ook pastoor van der Heijden, hoe onappetijtelijk ook, lijkt mij onschuldig.

Lees vooral hier het hele essay, dat hartverwarmend eindigt met:  

Taal is “de lach in het vuistje”, de schoonheid en het verzet waarmee het Goede het Kwaad van antwoord dient, en het prachtige en urgente Addertje van Jolanda Kooijmans is hierbij de lantaarn in het donker. 

 
Steffie van Neste werd geselecteerd door Amarte in samenwerking met de lage landen, het vooraanstaande cultuurtijdschrift dat context en duiding biedt bij literatuur, kunst, taal en geschiedenis uit Vlaanderen en Nederland. Steffie werd geselecteerd als een van de veelbelovende jonge literatuurcritici die in het verleden hebben deelgenomen aan de schrijfresidentie van deBuren, het toonaangevend Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat, dat zich inzet voor de ontwikkeling van Nederlands en Vlaams schrijftalent. Zij zal bij het schrijven van feedback worden voorzien door de lage landen, waar het essay online en ook in print te lezen is.

Steffie studeerde taal- en letterkunde en behaalde in 2022 haar doctoraat in negentiende-eeuwse Franse literatuur aan de Universiteit Gent, doceert Frans en kan niet zwijgen over boeken: ze is redacteur bij De Reactor, begeleidt een leesgroep in Bibliotheek De Krook en schrijft en spreekt regelmatig over literatuur. Met Therapie met Bovary (Borgerhoff & Lamberigts, 2025) debuteerde ze als auteur.